Kennispunt Mecenaatstudies

Blog

Margaretha Cornelia Boellaard: leven en voortleven voor de kunst

door: Sofia Dovianus

1873 markeerde het jaar waarin Het Boellaardfonds werd opgericht, volgens de wens die kunstenaar, verzamelaar en begunstiger Margaretha Cornelia Boellaard (1795-1872) uitsprak in haar testament. Tot op de dag van vandaag is dit fonds, dat Utrechtse kunstenaars ondersteunt, nog actief. Dat geeft blijk van Boellaards positieve invloed op de kunstwereld – na haar leven, maar waarschijnlijk ook tijdens haar leven. Toch is er nog maar weinig bekend over de omvang en impact van Boellaards drievoudige rol als kunstenaar, verzamelaar en begunstiger. Anne-Linde Ruiter brengt daar met haar masterscriptie verandering in: door middel van literatuur- en archiefonderzoek neemt zij de invloed die Boellaard heeft (gehad) op de Nederlandse kunstwereld – en in het bijzonder de Utrechtse – onder de loep.

Kunstenaarschap, het Utrechts cultureel leven en het Genootschap Kunstliefde
Boellaard groeide op in een welgesteld gezin in negentiende-eeuws Utrecht. Kunst en cultuur bloeide daar volop, aldus Ruiter: Utrecht had kunstonderwijs voor een diverse doelgroep, tentoonstellingen, toneelstukken en concerten. Bovendien was er een kunstgenootschap: het Genootschap Kunstliefde (opgericht in 1807). Het genootschap was de opvolger van het Schilderscollege, en bestond, in tegenstelling tot het college waarvan het merendeel beroepskunstenaar was, voornamelijk vooraanstaande en welgestelde kunstliefhebbers. Het organiseerde meerdere kunstbeschouwingen per jaar, en stichtte in 1870 zelfs zijn eigen museum, met daarin werken die gekocht of geschonken waren, of die het in bruikleen had gekregen.

Via dit Utrechts cultureel leven, en dankzij haar geprivilegieerde sociale positie, kon Boellaard al vroeg in aanraking komen met prominenten uit de Nederlandse kunstwereld en haar kunstenaarschap ontwikkelen. Zo kreeg ze haar eerste kunstlessen van schilder Christiaan van Geelen sr, raakte ze bevriend met dichteres Petronella Moens, en ontmoette ze via het Genootschap Kunstliefde verzamelaar Frans Jacob Otto Boijmans die haar kunst leende om te kopiëren en kunstkennis met haar deelde. Boellaard ontpopte zich in de loop der jaren tot een veelzijdig kunstenaar: ze vervaardigde onder meer tekeningen, schilderijen en lithografieën. Bijzonder is bovendien dat Boellaard het eerste vrouwelijk lid van het Genootschap Kunstliefde was. Zeer waarschijnlijk kreeg ze haar lidmaatschap als dankbetuiging voor haar vrijgevigheid: naast kunstenaar was ze ook verzamelaar, en vanuit die rol leende ze (een deel van) haar verzameling uit en schonk ze kunst aan het genootschap.

Verzamelen in en voor een rijk cultureel netwerk
Hoe kwam Boellaards rol als verzamelaar tot stand? Vanwege haar welgestelde komaf was ze niet afhankelijk van kunstverkoop of ander werk om haar verzamelaarschap te bekostigen, én haar titel, vriendenkring, familie en connecties met voorname Utrechters en leden van het Genootschap Kunstliefde gaven haar toegang tot een rijk cultureel netwerk. Ruiters onderzoek laat zien dat Boellaard mogelijk al vanaf 1840 begon met verzamelen, na het overlijden van haar vader. Gezien Boellaard geen naast familie had – ze was enig kind, ongehuwd, en haar moeder was in het kraambed overleden – erfde ze (een groot deel van) haar vaders kapitaal waarmee ze haar kunstverzameling kon opbouwen. Waarschijnlijk is Boellaard door het Genootschap Kunstliefde geïnspireerd om te starten met verzamelen: veel leden van het genootschap waren verzamelaar.

Boellaard kunstcollectie is divers en passend bij haar tijd: het bevat zeventiende-eeuwse kunst (zoals een gravure van Anthony van Dyck en een schilderij uit de kring van Isaac Pietersz), en eigentijdse kunst (waaronder een tekening van Adrianus van Everdingen en een schilderij van – zeer waarschijnlijk – Henriëtta Christina Temminck), schelpen, en vele munten en penningen. Boellaard richtte zich niet enkel vanwege decoratieve redenen op het verzamelaarschap, maar zette, als begunstiger, haar collectie ook actief in ten gunste van de kunstwereld. Dat deed ze bijvoorbeeld door haar eigen kunst tentoon te stellen, exposities bij haar thuis te organiseren, en kunstbeschouwingen te houden bij genootschappen zoals Arti en Amicitiae in Amsterdam, Pictura in Dordrecht, Pulchri Studio in Den Haag, en het Genootschap Kunstliefde.

Zij wilde het goede
Margaretha Cornelia Boellaard overleed op 77-jarige leeftijd in haar woning aan de Oudegracht in Utrecht. Tot haar laatste levensjaren bleef ze zich inzetten voor de kunstwereld, en haar nalatenschap weerspiegelt deze voortdurende betrokkenheid. Zo schonk ze haar huis aan het Genootschap Kunstliefde, op voorwaarde dat de huuropbrengst werd opgenomen in het naar haar te noemen Boellaardfonds, en zijn werken uit haar collectie te vinden in Atria, het Rijksmuseum, het Boijmans van Beuningen, het Westfries Museum en het Centraal Museum Utrecht. Dit alles laat zien dat Boellaard tijdens haar leven een aanzienlijke rol heeft gespeeld in de (Utrechtse) kunstwereld, maar dat ook nu, ruim 150 jaar na haar overlijden, haar betekenis voor de kunstwereld voortleeft. Boellaards grafschrift prijkt dan ook Zij wilde het goede. En “haar goed leeft voort”, concludeert Ruiter.